De strijd tegen het water

Ik vraag het woord om te verklaren, dat ik het woord niet zal voeren. Deze geheele discussie valt mij na het verhandelde van dezen morgen als koud water op het lijf, en ik moet bekennen, dat ik op het voeren van deze beraadslaging niet ben voorbereid. Ik ben in deze Kamer een voorstander van de rivierverbetering geweest. De ondervinding moet nu natuurlijk bewijzen, of die verbetering beantwoordt aan het doel, of er ook nadeelen aan verbonden zijn in oogenblikken van ijsverstopping en gevaar, gelijk wij dezen winter hebben gehad.

Aldus de heer Mackay (Handelingen Tweede Kamer 1860-1861 27 februari 1861)

Negentiende-eeuwse maatregelen

Grote overstromingen komen in de achttiende en negentiende eeuw ongeveer elke 25 jaar voor. In januari 1861 komen bijvoorbeeld grote delen van de Bommelerwaard en het Land van Maas en Waal onder water te staan. Er verdrinken 37 mensen. Omdat Koning Willem III grote en langdurige betrokkenheid toont, krijgt hij later de bijnaam Willem de Goede. Op 19 februari, zijn verjaardag, houdt hij bijvoorbeeld een ‘Algemeene Verloting’ van kunst. De opbrengst komt ten goede aan de slachtoffers. Daarnaast doneerde hij grote sommen geld, liet kleding kopen en bezocht het rampgebied. Willem besluit een prijsvraag uit te schrijven voor een ontwerp van een stelsel vluchtheuvels, geschikt voor de lage landen, zodat omwonenden de mogelijkheid hebben om naar hoger gelegen gebied te vluchten.

De Zuiderzeewet

Aan het einde van de negentiende eeuw oppert de ingenieur Pieter Lely het plan om een dijk aan te leggen tussen het eiland Wieringen en de Friese kust. Hierdoor kan een zoetwaterreservoir ontstaan en is het mogelijk land voor voedselproductie te creëren. In die tijd vinden de meeste mensen dit plan te omvangrijk. Als in 1916 door een noordwesterstorm delen van Waterland en Friesland onder water komen te staan, wordt er niet alleen een stormwaarschuwingsdienst opgericht. Ook de plannen van Lely krijgen opnieuw veel aandacht. Zijn dijk kan helpen een vergelijkbare ramp in de toekomst te voorkomen. In 1918 komt de Zuiderzeewet door de kamers. Het duurt vijf jaar, tot 1932, om de 30 kilometer lange dijk te bouwen. Sindsdien staat de Zuiderzee bekend als het IJsselmeer.

Het Deltaplan

Door het succes van de afsluitdijk was het besluit om de Deltawerken te bouwen snel genomen. Toch was ook hier eerst een ramp nodig. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 zorgt een combinatie van springvloed en een zeer zware storm voor veel slachtoffers. Niet alleen 1835 mensen komen om, ook honderdduizenden dieren verliezen hun leven. Drie weken later installeert de minister van Verkeer en Waterstaat Jacob Algera de Deltacommissie. Zij bestaat uit twaalf waterstaatkundige ingenieurs, een econoom en een landbouwkundige. De commissie komt met het Deltaplan. Verscheidene kleinere afsluitdijken moeten de grote zeegaten afschermen van het opkomende tij. De stormvloedkering in de Hollandse IJssel is het eerste deelproject dat in 1958 tot stand komt, als laatste is de Maeslantkering aan de beurt. Die is uiteindelijk af in 1997. Dat het project bijna twintig jaar vertraging oploopt, is vooral te wijten aan de opvattingen over het milieu die waren veranderd terwijl het plan uitgevoerd werd.

Er zullen zeer zware dijken nodig zijn en het zal grote offers kosten. Wanneer dijken kunnen worden gelegd als de Afsluitdijk, die gelukkig stand heeft gehouden en die van zeer grote betekenis is geweest zowel voor Noordholland als voor Friesland, dan geloof ik, dat wij tot een dergelijk werk zullen moeten besluiten. Het is nu een tijd om die dingen groot aan te pakken. Ik heb dezer dagen in de geschiedenis nagelezen de verschillende waterrampen. die in ons land in de loop der eeuwen zijn voorgekomen. Dan ziet men, dat er vóór het jaar 839 in Friesland geen dijken waren, doch alleen terpen, waar men bij watersnood naar toe kon vluchten. Toen heeft men na de waterramp van het jaar 839 het voor die tijd enorme besluit moeten nemen om daar dijken aan te leggen. Die dijken hebben al die eeuwen Friesland beschermd. Nu hebben wij in 1953 deze enorme ramp meegemaakt. Ik geloof, dat het nu de tijd is om tot een dergelijke grootse constructie te komen.

(Handelingen Tweede Kamer 1952-1953 10 februari 1953)



Handelingen

Literatuur

  • Heuven-van Nes, E van: Koning Willem III en de watersnood van 1861. Apeldoorn, 1994.
  • Horst, H. van der: Een bijzonder land. Het grote verhaal van de vaderlandse geschiedenis. Tweede herziene druk. Amsterdam, 2009.
  • Staatsblad wet 3 juni 1958, lente 1958 in het parlement 19 en 20 november 1974 vergadering in TKamer over Oosterschelde